zondag 6 maart 2016

Hype van Gratis is voorbij

De Piratenpartij brak door in verschillende landen. IT-goeroe Chris Anderson voorspelde een toekomst waarin de nulprijs steeds belangrijker wordt. En de Universiteit van Amsterdam kondigde een eredoctoraat aan voor Creative Commons-ideoloog Lawrence Lessig. Kortom, 2009 was het jaar van Free. Maar een tegenbeweging wint aan kracht.


In juli [2009, dit is een herplaatsing van een ouder artikel] deed de Amsterdamse uitgeverij Lebowski iets opmerkelijks: een nieuw boek werd als gratis download op internet gezet. Passend genoeg ging het om Piraterij. Hoe hackers, punkkapitalisten en graffitimiljonairs onze cultuur remixen en de wereld veranderen van Matt Mason.


Deze voormalige radiopiraat en club-dj uit Londen onderzoekt hoe de distributie van en controle over informatie zijn veranderd. Mason laat zien hoe de jeugdcultuur, die zich vaak aan de periferie van de maatschappij afspeelt, allerlei baanbrekende ideeën heeft voortgebracht, die vervolgens zelf weer mainstream zijn geworden: van hacking en graffiti tot piraterij en remixen.

Pietje Bell

Wanneer films worden verboden in China, verspreiden piraten illegale dvd's die massaal aftrek vinden. Of neem Madonna. Zij sommeert fans die haar songs downloaden daarmee op te houden, met de woorden: “What the fuck do you think you are doing?” Muzikanten verwerken haar statement in remixes en hacken haar website.

In een vlotte stijl beschrijft Mason deze acties als Pietje Bell-achtige avonturen. Dezelfde behandeling krijgen omstreden zaken als downloadsite The Pirate Bay en het Bisdom Sealand, een zelfuitgeroepen landje op een verlaten marineplatform voor de Britse kust.

Mason is niet verontwaardigd over de soms illegale praktijken die hij beschrijft, maar ziet ze als manieren waarop de bevolking, in de stijl van Adbusters-oprichter Kalle Lasn, gebied terugverovert van de overheid en het bedrijfsleven.

Gratis kookboekje

Dat Masons goedgeschreven boek nauwelijks door de pers werd opgemerkt, komt ongetwijfeld doordat hij zijn ideeën rond dezelfde tijd publiceerde als Chris Anderson kwam met zijn spraakmakende boek Free. Met zijn grote naam is deze hoofdredacteur van Wired natuurlijk moeilijk te verslaan.

In Free. The Future of a radical price (Nederlandse vertaling Free, uitgeverij Nieuw Amsterdam) betoogt Anderson dat bedrijven er in veel gevallen beter aan doen om hun producten of diensten gratis aan te bieden dan er geld voor te vragen. Natuurlijk moet er wel iets worden verdiend – echter niet door de verkoop van het product zelf, maar bijvoorbeeld via adverteerders (denk aan gratis kranten en Google), premiumversies (Flickr) of ondersteuning (Linux).

Anderson laat zijn geschiedenis van de nulprijs aan het begin van de twintigste eeuw beginnen. Toen werden kookboekjes met Jell-O-recepten gratis weggegeven om vraag te creëren naar de gelatinepoeder. Veel andere voorbeelden zijn van recenter datum: Wikipedia, websites van glossy’s, YouTube en filesharing.

Mason en Anderson zijn echter niet de makers van een trend, maar slechts de herauten. Want 2009 was het jaar dat steeds meer zaken helemaal niets meer mochten kosten. Die ontwikkeling kwam tot uiting in een aantal gebeurtenissen. Zo behaalde de Zweedse Piratenpartij tijdens de Europese verkiezingen 7,1 procent van de stemmen, goed voor twee zetels. In andere landen wisten zusterpartijen de nodige publiciteit te genereren. De piraten willen wetgeving omtrent auteursrecht hervormen en zo meer vrijheden geven aan downloaders. Het succes van de partij kan worden verklaard uit de golf aan sympathie die ontstond tijdens het proces tegen The Pirate Bay.

Egocentrisme 

De opmars van Gratis heeft echter ook een tegenbeweging in het leven geroepen. Hun vaandeldrager is de Brits-Amerikaanse IT-ondernemer Andrew Keen, auteur van The Cult of the amateur (2007). In deze polemiek richt Keen zijn pijlen op een cultuur waarin kwaliteit niet op waarde wordt geschat, en die uit zijn voegen barst van het egocentrisme. De stortvloed aan gratis content op internet, vaak gemaakt door amateurs, is volgens Keen zowel een kwalitatieve als economische bedreiging voor de cultuur.

Vooral Google krijgt het hard te verduren. De zoekmachine wordt steeds beter door alle informatie die we intikken. “Het probleem is, elke keer dat we een term in Google stoppen, worden wij niet betaald. Er is geen winstdeling,” aldus Keen. Ook voor YouTube werken we als consument in wezen onbetaald, vindt de denker. “Als jij er een video op zet, verhoog je de waarde. Zonder de inhoud van gebruikers heeft YouTube geen waarde. Maar toen de onderneming voor 1,65 miljard werd verkocht aan Google, kregen de ‘medewerkers’ niks.”

De schrijver staat niet alleen in zijn ideeën. Een machtige mediaondernemer pakt daadwerkelijk de handschoen op.

Rupert Murdoch

De Australische mediamagnaat Rupert Murdoch verklaarde de gratis verspreiding van zijn eigen content de oorlog. In november wond hij zich op over diensten als Google News, die een verzameling links bevatten naar online nieuwsberichten. Via deze linkjes kunnen gebruikers snel en eenvoudig tal van nieuwsberichten lezen, uiteraard zonder daar ook maar een cent voor te betalen.

En met name dat laatste is Murdoch, eigenaar van onder andere de New York Post en de Britse Times, een doorn in het oog. Voor al zijn uitgaven wordt momenteel een systeem voorbereid om bezoekers te laten betalen voor het bekijken van nieuwsberichten. Zodra dat systeem operationeel is, wil Murdoch zijn sites afsluiten voor Google News en Search.

Alleen Murdochs The Wall Street Journal werkt al enkele jaren met online abonnementen. Volgens kenners is dit succesverhaal eerder regel dan uitzondering, omdat consumenten alleen voor heel specifieke informatie, in dit geval beursnieuws, zouden willen betalen.


Digitale tolpoort

Ongetwijfeld gaat 2009 de geschiedenis in als het jaar van gratis; 2010 wordt het jaar dat de oppositie terugslaat.

Het nieuwe decennium begon weliswaar met een doelpunt voor de bestrijders van auteursrechten. In januari verleende de Universiteit van Amsterdam een eredoctoraat aan de Amerikaanse rechtsgeleerde Lawrence Lessig. Deze hoogleraar aan de Harvard Law School is een actief voorvechter van informationele en culturele vrijheden op het internet, en initiator van het Creative Commons-project, dat kunstenaars en andere mediaproducenten stimuleert hun producten vrij te delen, te kopiëren of zelfs te remixen.

Ondanks dit succesje voor de Gratis-lobby lijkt de geest in Nederland weer terug in de fles te gaan. De Tweede Kamer gaat zich buigen over een wetsvoorstel om downloaden te verbieden. Kranten strijden steeds harder tegen kopijdiefstal door bloggers; dit werk wordt zelfs uitbesteed aan een bureautje dat dit werk met speciale software uitvoert. Het Nederlands Dagblad heeft aangekondigd de content op de site achter een digitale tolpoort te zetten.

En onder journalisten en andere mediamensen breekt steeds meer de gedachte baan dat nieuws nooit echt gratis kan zijn, en dat er toch zeker iets moet worden gedaan om de teruglopende inkomsten te compenseren. Journalisten weten als de beste dat elk woord dat wordt gedrukt, een product van iemands geest is. Kortom, de negatieve trend kan alleen worden doorbroken als het respecteren van intellectueel eigendom wordt afgedwongen, als het moet met hulp van justitie of de rechter.

Feit is dat de muziekindustrie door het massale downloaden op instorten staat. Als hetzelfde gebeurt met films, boeken en tijdschriften, dan zou dat niet alleen diefstal van onze cultuur zijn, maar ook een gevaar voor een goed werkende democratische samenleving, waarin de macht door een onafhankelijke pers wordt gecontroleerd. Laten we daaraan denken als we weer naar The Pirate Bay surfen om een tientje uit te sparen.

Auteur: Jaap de Wreede
Bron: PC-Consument, nummer 3, 2010

Geen opmerkingen:

Een reactie posten